Les 7 - OT - De geschiedenis van Israël PDF Afdrukken E-mail
Opmerkingen bij de 7e les OT. D.d. 2 april 2005.
We hebben de Pentateuch afgesloten. Het volgende seizoen behandelen we de grote profeten, Jesaja, Jeremia en Ezechiel. In het derde jaar gaan we wat dieper op de theologische aspecten (o.a. Heiligheid van God) van het OT in.
Nu gaan we nog wat nader in op de geschiedenis van Israel. De geschiedenis van Israel, zoals die is beschreven in de bijbel moet niet worden vergeleken met de moderne geschiedschrijving. Je mag niet dezelfde maatstaf aanleggen voor de beschrijving van de geschiedenis van Israel en de beschrijving van de tweede wereldoorlog. De beschrijving van de geschiedenis van Israel is wel een eigensoortige.
Zo is de geschiedenis van de tweede wereldoorlog (beschreven door De Jong) geheel chronologisch en beslaat gemiddeld negen bladzijden over elke dag van de WOII. De schrijver heeft veel onderzoek gedaan om een zo objectief mogelijk verhaal te schrijven. Toch zeggen nog enkelen dat hij partijdig was wegens zijn joodse afkomst.
Het OT is op een geheel andere manier beschreven. Alleen het allervoornaamste is weergegeven. Zo is bijvoorbeeld aan het leven van een koning van Israel die 40 jaar heeft geregeerd maar enkele zinnen gewijd. En aan andere koningen hele hoofdstukken. Het gaat in de bijbel om de boodschap. Betreffende de koningen was het belangrijkste of deze koningen leefden in de voetsporen van Jerobeam; die Israel zondigen deed, of in de voedsporen van David; de man naar Gods hart.
Ook wordt vaak voor meerdere details naar andere bijbelboeken verwezen. In Koningen bijvoorbeeld naar Kronieken. Het gaat niet om de chronologische volgorde, de feiten etc., maar om de grote daden van God. Zo worden dan vaak bijzondere gebeurtenissen of bizarre verhalen weergegeven zonder dat de afloop bekent wordt. Hierdoor komt wel de boodschap duidelijker naar voren.
Zo is er in de tijd van de richteren een vaste cycles die steeds weer terug komt. Afval van het volk - redding door de Heer - ondankbaarheid van het volk en weer afval.
Er staan steeds twee vragen centraal:
  • Hoe leefde het volk met God?
  • Wat heeft God met zijn volk gedaan?
Het is opvallend dat 2 Koningen eindigt met de ballingschap. Zo eindigd het als je niet leeft met God. Dit is ook voor ons een grote waarschuwing.

Zo noemt Ds Spurcheon uit Engeland het verhaal van de zalving van Jezus door Maria een detail die in die tijd normaal gesproken door geschiedschrijvers niet genoemd zou worden, maar wel in de bijbel is opgenomen.
Het gaat dan om de zin in Mat.26:13:
Ik verzeker jullie: waar ook ter wereld het goede nieuws verkondigd zal worden, zal ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.'
De les van de geschiedenis wordt o.a. aangegeven in Ps. 78. Het gaat telkens weer over Gods leiding en Zijn Vaderliefde voor Zijn volk.
In vers 1-8 wordt de grote lijn aangegeven. In vers 7 en 8 het doel.
Een kunstig lied van Asaf.  (In de SV staat hier boven: Gods vaderlijke liefde voor Zijn ondankbaar volk)
1 Luister, mijn volk, naar wat ik leer,
hoor de woorden uit mijn mond.
2 Ik open mijn mond voor een wijze les,
spreek uit wat sinds lang verborgen is.
3 Wij hebben het gehoord, wij weten het,
onze ouders hebben het ons verteld.

4 Wij willen het onze kinderen niet onthouden,
wij zullen aan het komend geslacht vertellen
van de roemrijke, krachtige daden van de HEER,
van de wonderen die hij heeft gedaan.

5 Hij stelde een richtlijn vast voor Jakob
en kondigde in Israël een wet af.
Onze voorouders gaf hij de opdracht
die aan hun kinderen te leren.
6 Zo zou het volgende geslacht ervan weten,
en zij die nog geboren moesten worden,
zouden het weer aan hun kinderen vertellen.

7 Dan zouden zij op God vertrouwen,
Gods grote daden niet vergeten
en zich richten naar zijn geboden.
8 Dan zouden zij niet worden als hun voorouders,
een onwillig en opstandig geslacht,
onstandvastig van hart en geest,
een geslacht dat God ontrouw was.
Telkens is de volgorde: Zegen van God - slechte reactie van het volk - toorn van God omdat ze niet geloven - tijdelijke terugkeer tot God - toch weer Gods zegen - ondankbaarheid van het volk.
Zie bijvoorbeeld vers 34 en 35 en de ontrouw in vers 36 en 37. Dan volgt vers 38 met; Maar, ... Dan volgt weer de ondankbaarheid van het volk.
9 De mannen van Efraïm,
bewapend met pijl en boog,
trokken zich terug op de dag van de strijd.
10 Zij hielden zich niet aan het verbond met God
en weigerden te leven naar zijn wet.
11 Zij vergaten zijn grote daden,
de wonderen die hij had getoond.
12 In het land Egypte, in de vlakte van Soan
zagen hun voorouders hoe hij een wonder verrichtte:
13 hij spleet de zee en voerde hen erdoor,
als een dam hield hij het water tegen.
14 Hij leidde hen met een wolk overdag,
in de nacht met een lichtend vuur.
15 Hij spleet de rotsen in de woestijn
en leste hun dorst met een watervloed,
16 uit de steen ontsprongen beken,
het water stroomde als rivieren.

17 Maar zij bleven tegen hem zondigen,
de Allerhoogste tergen in de woestenij.
18 Met opzet daagden zij God uit
en riepen om eten zoveel als ze wilden.

19 Zij beledigden God
en zeiden: ‘Zou God in staat zijn
een tafel te dekken in de woestijn?
20 Toen hij op de rots sloeg,
vloeide er water,
stroomden er beken –
maar zou hij zijn volk ook
brood en vlees kunnen geven?’

21 Toen de HEER dat hoorde, ontstak hij in woede,
een vuur laaide op tegen Jakob,
tegen Israël ontbrandde zijn toorn.
22 Want zij hadden God niet geloofd,
niet vertrouwd op zijn hulp.

23 Hij gaf een bevel aan de hoge wolken
en de deuren van de hemel gingen open,
24 manna om te eten regende op hen neer.
Hij schonk hun het koren van de hemel,
25 zij aten het brood van de engelen,
hij stuurde voedsel dat hen verzadigde.

26 Hij liet uit de hemel de oostenwind los,
de zuidenwind wakkerde hij aan,
27 en vlees regende als stof op hen neer,
vogels zo talrijk als zandkorrels aan de zee,
28 hij liet ze vallen midden in zijn kamp,
in een kring om zijn tabernakel.

29 Zij aten en werden meer dan verzadigd,
hij gaf hun zoveel ze begeerden.
30 Maar nauwelijks was hun honger gestild,
hun mond was nog vol eten,
31 of tegen hen ontbrandde Gods toorn,
hij sloeg de vraatzuchtigen dood
en bracht de sterksten van Israël om.

32 Toch bleven zij zondigen,
op zijn wonderen vertrouwden zij niet.
33 En hun dagen eindigden in leegte,
hun jaren liepen uit op een verschrikking.

34 Zodra er doden vielen, zochten zij God,
zij kwamen tot inkeer en verlangden naar hem,
35 dachten eraan dat God hun rots was,
God, de Allerhoogste, hun bevrijder.

36 Maar zij bedrogen hem met hun mond,
met hun tong logen zij hem voor,
37 hun hart was niet aan hem gehecht,
zij waren zijn verbond niet trouw.

38 Uit erbarmen bedekte hij hun zonde,
hij wilde geen dood en verderf,
dikwijls bedwong hij zijn toorn
en joeg hij het vuur van zijn woede niet aan.
39 Dan dacht hij: Ze zijn maar vlees,
adem die gaat en niet terugkeert.

40 Hoe vaak tergden zij God in de woestijn,
kwetsten zij hem in dat dorre land,
41 hoe vaak keerden zij zich af en daagden zij hem uit,
krenkten zij de Heilige van Israël!

42 Zij dachten niet aan zijn helpende hand,
aan de dag dat hij hen verloste van hun belager
43 en in Egypte tekenen verrichtte,
wonderen in de vlakte van Soan.

44 Hij veranderde hun rivieren in bloed,
uit geen waterstroom was meer te drinken.
45 Hij stuurde de steekvlieg die hen opvrat,
en de kikvors die verderf bracht.

46 Hij gaf hun gewas aan de sprinkhaan,
aan de kaalvreter hun oogst.
47 Hij doodde hun wijnstokken met hagel,
hun vijgenbomen met ijzel.

48 Hij gaf hun vee aan de hagel prijs,
hun kudden aan het vuur van de bliksem.
49 Hij liet zijn woede op hen los,
toorn, razernij, verschrikking,
en zond hun rampen en onheil.

50 Hij baande een weg voor zijn toorn,
hij behoedde hen niet voor de dood,
gaf hun leven prijs aan de pest.
51 Hij doodde in Egypte elke oudste zoon,
de eerstgeboren mannen in de tenten van Cham.

52 Maar zijn volk liet hij wegtrekken als een kudde,
hij voerde hen door de woestijn als schapen en geiten,
53 hij leidde hen veilig, zij hadden niets te vrezen,
het water van de zee had hun vijanden bedekt.

54 Hij bracht hen naar zijn heilig domein,
naar de berg, met eigen hand verworven,
55 hij joeg vreemde volken voor hen uit,
verdeelde hun land met het meetlint
en liet Israëls stammen wonen in hun tenten.

56 Maar zij daagden God uit en tergden hem,
namen de Allerhoogste en zijn richtlijnen niet ernstig,
57 ze werden afvallig en ontrouw zoals hun voorouders,
ze faalden als een bedrieglijke boog,
58 griefden hem met hun offerdienst op de hoogten
en wekten met hun godenbeelden zijn afgunst.

59 Toen God dit hoorde, werd hij verbolgen
en wierp hij Israël ver van zich af.
60 Hij gaf zijn woning in Silo op,
de tent waar hij woonde onder de mensen.

61 Hij liet zijn volk gevangen wegvoeren,
leverde zijn sieraad uit aan de belager,
62 gaf zijn sterke mannen prijs aan het zwaard.
Hij was verbolgen op zijn eigen bezit.

63 Het vuur verslond zijn jonge mannen,
zijn jonge vrouwen werden niet bejubeld,
64 zijn priesters kwamen om door het zwaard,
zijn weduwen vonden geen tranen meer.

65 De Heer ontwaakte als uit een slaap,
als een strijder uit de roes van de wijn,
66 hij joeg zijn belagers terug,
bedekte hen met eeuwige smaad.

67 Hij verwierp de tent die bij Jozef stond,
de stam Efraïm koos hij niet,
68 nee, de stam Juda koos hij,
de Sionsberg heeft hij lief.
69 Hij bouwde zijn heiligdom, hoog als de hemel,
en zette het vast als de aarde, voor eeuwig.

70 Zijn keuze viel op David, zijn dienaar,
hij riep hem weg bij de schapen,
71 haalde hem achter de zogende ooien vandaan
en maakte hem herder van Jakob, zijn volk,
van Israël, zijn eigen bezit.
72 Hij was een herder met een zuiver hart,
met vaste hand heeft hij hen geleid.
In vers 1-8 wordt aangegeven dat deze wijze les aan de kinderen moest worden doorgegeven. Opdat zij niet worden als hun vaderen. (Wij willen graag dat onze kinderen in onze voedsporen treden, maar God wilde dat niet. Hij wil dat het volk en ook wij Hem dienen.)
Zo is Psalm 78 een soort leidraad van de geschiedschrijving. Gods volk had geen vertrouwen. En wij? Stellen wij ons vertrouwn volledig op God?
Van het boek Juzua kennen we allemaal hoofdstuk 24:15:
In ieder geval zullen ik en mijn familie de HEER dienen. (SV: aangaande mij, en mijn huis, wij zullen den HEERE dienen!)
Alsof het volk (en wij) voor de Heere kozen, maar uit hoofdstuk 24: 2-6 blijkt dat God eerst heeft gekozen: Dit zegt de HEER, de God van Israël: Jullie voorouders woonden lang geleden ten oosten van de Eufraat. Het waren Terach en zijn zonen Abraham en Nachor.
Ze dienden andere goden.
3 Maar ik heb jullie stamvader Abraham daar weggehaald en hem door heel Kanaän laten trekken. Ik schonk hem een groot aantal nakomelingen. Ik gaf hem Isaak als zoon 4 en Isaak gaf ik Jakob en Esau. Esau kreeg van mij het Seïrgebergte in bezit, maar Jakob en zijn zonen trokken naar Egypte. 5 Ik stuurde Mozes en Aäron, teisterde Egypte, jullie weten hoe, en leidde jullie het land uit. 6 Ik heb jullie voorouders uit Egypte bevrijd. Ze kwamen bij de Rietzee, terwijl de Egyptenaren hen achtervolgden met strijdwagens en ruiters.
De kern staat in dit hoofdstuk in vers 13:
Ik heb jullie een land gegeven waarvoor jullie niets hebben hoeven te doen, steden die jullie niet hebben gebouwd en waarin jullie zomaar konden gaan wonen, wijngaarden en olijfbomen die jullie niet hebben geplant en waarvan jullie zomaar kunnen eten. En de opdracht in vers 14: Nu dan,’ vervolgde Jozua, ‘eerbiedig de HEER, dien hem met onvoorwaardelijke trouw en doe de goden weg die uw voorouders ten oosten van de Eufraat en in Egypte hebben gediend. Dien alleen de HEER.
Abram diende ook andere goden. Toch werd hij door God uitgekozen. Ook bij Abram was niets aanwezig waarom God hem uitkoos. Abram is geroepen, Daarom ging hij. Het is met God zelf begonnen. Abram was syncretistisch, dat is meergodengeloof (Over Abram bestaat een anecdote: Hij zou werken in de winkel van zijn vader die allemaal afgodsbeeltjes verkocht. Abram had daar een verschrikkelijke hekel aan. Op een dag slaat hij alles kapot en zegt dan tegen zijn vader dat die ene sterke God dat gedaan heeft)

Ook Nehemia verteld de gechiedenis. Maar dan aan God in een gebed. (Prof. W.H. Velema noemt dat een gebed dat op een preek lijkt). Hij erkende daarme Gods leiding. Doe dat ook nu. God prijzen om Zijn grote daden. Daarom wordt het ook wel heilsgeschiedenis genoemd of verbondsgeschiedenis. Het gaat om het ingrijpen van God. In de vrijgemaakte kerk krijgt het verbond veel nadruk, door bijv. prof. Holwerda in zijn boek 'Begonnen hebbende van Mozes' en prof H.J. Schilder. En ook Prof. C. Trimp in zijn boek: 'Emmausgangers'.
Moet er exemplarische of heilshistorisch worden gepreekt? Moet bijvoorbeeld over Izak als een geloofvoorbeeld (exemplarisch) of Izak als voorloper van de Messias (heilshistorisch) worden gepreekt. Het moet allebei.
Ook in de vrijgemaakte kerk lijkt een kentering te komen richting de bevindelijke kant. Bijv. door Ds Jos Douma en Gods Geest werkt.
De algemene geschiedenis van Israel begint bij de aardsvader Abram. Sommigen zeggen dat de geschiedenis van de aardsvaders pas tijdens de ballingschap is geschreven. Hoe het precies is gegaan is niet duidelijk. Over de aardsvaders staat ook weinig in de bijbel. Dat was in het begin ook niet makkelijk. Alles werd geschreven op kleitabletten. Ook werden veel verhalen doorgegeven via vertellingen, die vaak elk jaar opnieuw werden verteld. Velen denken dat door dat steeds doorvertellen de boodschap wordt vertroebeld. Maar daar staat tegenover dat:
  • Als er alleen wordt doorverteld wordt ook het geheugen getraind (zoals ook een blinde beter kan horen).
  • Het werd ook niet 1x doorverteld, maar vaak, elk jaar. Dan wordt het verhaal ook beter onthouden.
  • Er werden speciale mensen voor aangesteld om het goed te vertellen, zoals priesters en levieten.
Er is weinig over de aartsvaders bekent, maar uit buiten bijbelse geschriften komt ook wel gelijksoortige gewoonten en leefregels naar voren. Bijvoorbeeld: Eleëzer was een erfgenaam van Abram. Dat was een gewoonte die ook in andere geschriften wel wordt verteld (Slavin aan de man geven om te zorgen voor het nageslacht). Niet te gemakkelijk zeggen dat de verhalen zijn verzonnen. Het betreft de periode van 2000 of 1650 v. Chr. De datum van de exodus is uitgerekend 1446 v. Chr. Maar zijn de jaren wel echt jaren of wordt er ook wel tijden (geslachten) mee bedoeld. Dat is niet altijd even duidelijk.
Juist omdat wij niet de maatstaf van de huidige tijd aan geschiedschrijvers van toen mogen stellen, moeten we ook de tijden en andere exacte gegevens niet te precies nemen. Maar wat de hele bijbel door blijft: GOD IS BETROUWBAAR!
Ds Loonstra uit de CGK gaat dan ook te ver als hij stelt dat Ai en Jericho niet hebben bestaan. Archeologen hebben niet het laatste woord. Onze kennis van de archeologie en andere wetenschap is toch wel beperkt. We moeten niet al te zenuwachtig doen als er een aantal klerine zaken in de bijbel niet kloppen. De bijbel is niet verzonnen.
Hoeveel mensen hebben Egypte verlaten? 1000 kan ook afdelingen betekenen. Dus ook de kennis van de taal is beperkt. Het is een goede vuistregel dat bij verschillende handschriften de moeilijkste de beste is. De makkelijkste is waarschijnlijk aangepast juist vanwege de moeilijkheden. Is bijvoorbeeld de tempelreiniging door Jezus aan het begin of aan het eind van Zijn optreden geweest? Volgens Prof. Van Buggen kan het ook best zo zijn dat er twee keer een tempelreiniging is geweest (denk dan ook aan de woorden : "de tempel die afgebroken wordt zal ik in 3 dagen weer opbouwen").
Wordt niet te zenuwachtig als er kritische boeken worden geschreven.

Volgende keer krijgen we een meer theologische benadering.
Artikel "Verlangen naar meer" in RefDagblad
 

Translate

SietzeBakker.nl

CB Login

Valid XHTML & CSS | Template Design ah-68 | Copyright © 2009 by SietzeBakker.NL